woensdag 12 maart 2014

Thuis

Vanochtend ben ik thuisgekomen. Even wennen.

Erg leuk dat jullie hebben meegeleefd, dankjewel!

Komend weekend zet ik wat foto's op dit blog.

12 maart

Kapper

Maandag ben ik in Ouaga naar de kapper geweest. Rama had me een mannelijke kapper aangeraden, want die praat minder dan een vrouw.

De kapper waar ik binnenliep, had een verontrustende hoeveelheid tondeuses liggen. "Vooral niet te kort", verzocht ik nadrukkelijk. In de Bijlmer was dat al een keer bijna misgegaan. Gelukkig had hij ook een schaar.

De man sprak inderdaad geen woord. Wel bleef hij maar knippen. Zonder bril zag ik niet wat hij aanrichtte, dus ik onderbrak hem. Er was al ruim voldoende af en ik verzocht hem dan ook zijn werkzaamheden af te ronden. "Niet nog een klein beetje eraf?", vroeg hij. Zelf was hij vrijwel kaalgeknipt.

12 maart

maandag 10 maart 2014

De aardbeiverkoopsters van Ouaga

De vrouwen die in de buurt van mijn hotel aardbeien verkopen, klampen me tegen de schemering vaak wanhopig aan. Wanhopig, dat zou ik ook zijn als ik na een dag hard werken nog een paar kilo fruit aan de man moest zien te brengen.

Eén vrouw vroeg me, als ik dan niks wilde kopen, evengoed om wat geld. Het bedragje dat ik haar gaf, leidde tot onevenredig veel dankbaarheid.

10 maart

zondag 9 maart 2014

Salif Keita in Ouagadougou

Salif Keita in Ouaga, 8 maart! Rama had me erop gewezen.

Ik ging vroeg naar het Palais des Sports, een enorm gebouw in een buitenwijk. Daar kreeg ik te horen dat Keita weliswaar op zou treden, maar dat er geen kaartjes te koop waren. Je kon er alleen naartoe als je een heleboel verpakkingen van een of ander Jumbo-product had gespaard. Want dat bedrijf sponsorde het evenement.

Mijn onbegrip trok de aandacht van een vriendelijke vrouw, die zei dat ze me wel aan twee kaartjes kon helpen. Ik moest dan wel drie kilo bouillonblokjes kopen, 288 stuks om precies te zijn. Ik kreeg ze mee in een plastic Jumbo-tas.

Rama zag er weer geweldig uit. We kwamen terecht in een enorme Jumbo-show met verkoopverhalen, korte concerten en conferences, waarbij veel gelachen en gedanst werd. Rama had het naar d'r zin.

Eindelijk, eindelijk kwam de grote man het podium op. Hij gaf een concert waar niks onhandigs aan was. Vonden Rama en ik allebei. 

Twee uur later stonden we buiten, op zoek naar een taxi en een keuken die nog open was.

9 maart

Bobo-Dioulasso

Bobo is het voorlopige hoogtepunt van mijn reis. Overal muziek, heerlijk eten en aardige mensen. Jammer alleen dat ik nergens kan pinnen.

Een big fat mama heeft zich over me ontfermd. Ze valt ruim buiten mijn doelgroep, wat één keer even ongemakkelijk dreigde te worden. Ze is volledig thuis in de lokale muziekscene en sleept me twee dagen lang van concert naar concert.

Ik moet als nieuw onderdeel van haar entourage zelfs een keer een muziekpodium beklimmen, samen met een BBC-journalist. Wij worden allebei en public geïnterviewd, god mag weten waarom. Tot mijn genoegen kom ik wel beter uit mijn woorden dan hij.

Om half acht 's ochtends word ik wakker door geklop op mijn deur. Slecht gehumeurd doe ik open. Wat nu weer? Mijn koningin zit in de lobby op me te wachten. Niet dat we daaromtrent ook maar iets afgesproken hadden. Als ik tien minuten later verschijn, blijkt ze alweer weg te zijn. Wat ik geen enkel probleem vind.

7 maart

donderdag 6 maart 2014

Afrika per trein

Tussen de hoofdstad en Bobo-Dioulasso rijdt een trein, geeft de kaart aan. Hij rijdt ook echt, blijkt bij inspectie van het station. Dat is in Afrika minder vanzelfsprekend dan het lijkt.

De trein naar Kumasi staat bijvoorbeeld ook op de kaart, maar die werd me afgeraden als zijnde "niet efficiënt". Wat heet. De lijn is in 2006 opgeheven, hoorde ik later. Per bus aangekomen in Kumasi ging ik het stationsgebouw eens bekijken. Het leek me een unheimische vrijplaats voor allerlei gespuis. "Ik durf er niet te komen, zelfs overdag niet", zei Daniel.

Daniel is de man uit Kumasi die me met zijn uitnodiging aan een visum voor Ghana heeft geholpen. Met hem ben ik naar een wedstrijd van zijn club Kotoko geweest. Eretribine vijf euro, 2-1 voor Kotoko dat nu stevig aan de leiding staat in de Premier League. Bofkont, die Daniel.

De treinreis naar Bobo duurt acht uur. Ik zit eersteklas aan het raam in een wagon met airco. Niemand hoort mij mopperen.

5 maart

Rama

Rama heb ik leren kennen in Jardin de l'Amitié, waar je kunt eten met livemuziek. Ze is moslima en woont weer bij haar ouders, nadat ze haar vriend had betrapt met een andere vrouw, vertelt ze. En dat ze graag in Europa wil werken, zolang dat maar niet Frankrijk is. Want Fransen kunnen heel vriendelijk zijn, maar ook behoorlijk neerbuigend.

Rama is tussen de vijfendertig en de veertig, een onwaarschijnlijke schoonheid. Te mooi voor mij. Toch waag ik het erop, de andere dag. Ik bel en vraag of ze met me wil dineren in l'Eau Vive. En dat wil ze!

We spreken af om acht uur. Ik zit er ruim van tevoren, in mijn mooie Ghanese shirt.

Om acht uur belt ze dat ze tien minuten later komt. Om tien over acht belt ze nogmaals, waar ik blijf. Staat ze al vijf minuten op me te wachten bij de ingang. In vol ornaat, dat wel, werkelijk oogverbindend.

Mevrouw is gepikeerd en zit mokkend aan tafel, armen over elkaar. Om hier nog wat van te maken, schiet mijn Frans hopeloos tekort.

Gelukkig ontdooit ze halverwege de avond en wordt het toch nog leuk. Ze neemt afscheid met een glimlach die me bijblijft.

3 maart

maandag 3 maart 2014

Praktische problemen in Burkina

Denk je slim te zijn met een universeel draaiding in je koffer dat zes soorten stopcontact aankan, hebben ze in Burkina stopcontact nummer zeven.

Het onvermijdelijke: 'hé, mon ami!' overal op straat reduceer je behoorlijk door eruit te zien als een verlopen Fransman. En door je ook zo te gedragen. Een beetje om je heen kijken is er dan helaas niet meer bij.

Het discreet laten verdwijnen van voedsel is één van mijn specialiteiten, waarschijnlijk ontwikkeld doordat ik niet altijd "nee" durf te zeggen tegen de zoveelste punt multivlaai. In Ouaga heb ik gisteren in een vol etablissement een mislukt en moddervet croissantje ongemerkt laten verdwijnen.

3 maart

Ali

Ali is een Bambara, een Malinees die vorig jaar uit Timboektoe is weggevlucht voor de fundamentalistische handenafhakkers, "de Libiërs". "Wanneer precies?" "8 maart, ik weet het nog als de dag van gisteren." Hij ging met zijn gezin naar Burkina, waar hij zeer basaal werd opgevangen. Nu bewoont hij een meer permanent onderkomen in de hoofdstad.

Ali leeft bij de dag, maar dat deed hij in Mali ook al. Ik ontmoette hem gisteren na het concert bij Zaka. We raakten in gesprek over de recente ontwikkelingen in de regio, waarvan hij gedetailleerd op de hoogte bleek. Achteraf gezien logisch natuurlijk, met zo'n verhaal. Aangekomen bij mijn hotel spraken we af elkaar de volgende dag weer te zien.

Om één uur tref ik hem in de hotellobby. "Laten we lunchen", stel ik voor en ik neem hem mee naar het restaurant van Hotel Central. Daar vertelt hij verder. Dat hij een vrouw heeft en twee dochters van vijf en zeven. "Welk beroep heeft je vrouw?" Ze is nooit naar school geweest, zegt hij. Ze kan niet lezen en schrijven. "Waarom leer je haar dat niet?" Ali kan zelf ook niet lezen en schrijven. Wel spreekt hij zijn talen: Frans, Arabisch en een hele zwik stamtalen. 

Hij voorzag in zijn onderhoud door elk baantje aan te nemen dat zich voordeed: toeristengids, tolk, assistent bij muziekfestivals. "Werd je gediscrimineerd door de mensen in Timboektoe?" "Nee, in het geheel niet." Hij mag nu ook werken in Burkina, al beperkt zich dat noodgedwongen tot "kopen en verkopen".

Ali is vastbesloten zijn dochters, "allebei heel intelligent", snel naar school te sturen. Al is dat wel een dure grap, met boeken en een schooluniform. Ik reken af en geef hem de rest van het geld dat ik bij me heb, omgerekend een paar tientjes. Hij bedankt me hartelijk.

Buiten nemen we afscheid.

2 maart

zondag 2 maart 2014

Naar Burkina

Ik blijk in Navrongo terecht te zijn gekomen, een plaatsje niet ver van Paga, de gebruikelijke grensovergang. Doorreizen naar Hamale via Tumu gaat nu wel erg lang duren. Op naar Ouagadougou dus.

In de Burkinese hoofdstad zijn meer muggen dan in Ghana. Ondanks lange mouwen en insectenwerend spul word ik toch een paar keer gestoken. De jeuk is vooralsnog irritanter dan de mogelijk opgelopen malaria.

Bij Zaka kan ik buiten eten. Ik krijg een echt heerlijk spinazieschoteltje, zo lekker heb ik in geen weken gegeten - met dank aan de Fransen. Op een podium zijn een paar kennelijke bandleden inmiddels aan het inspelen. Het klinkt veelbelovend.

1 maart

Gestrand

Na een uur rijden houdt mijn toch al zwaar vertraagde bus van Bolgatanga naar Tumu ermee op. Iedereen stapt uit om aan de penetrante benzinegeur te ontsnappen. De chauffeur doet pogingen om iets te repareren en gaat daarna bellen. Vervolgens legt hij ons uit dat een essentieel slangetje waar benzine doorheen moet, het definitief heeft begeven. Naar een oplossing wordt gezocht, verzekert hij ons.

Dat geloof ik graag maar ik ga er niet op wachten. Het is al half zes, over een uur is het donker. Na een kwartier komt er een taxi aan. Ik haal mijn bagage uit de bus en laat mij naar het eerste het beste hotel brengen, nagestaard door mijn medepassagiers.

28 februari