donderdag 20 februari 2014

Bijna-beroving in Accra

Achter mij sprak een man enkele malen een hees "hello" uit. Hopelijk in zijn telefoon dacht ik, toen ik linksaf sloeg, een onverhard weggetje naar mijn hotel. Het was vier uur in de middag.

De man had het wel degelijk tegen mij. Hij liep onplezierig dicht achter me. "Can I assist you?" vroeg hij, naar mijn tasje grijpend waarin wat boodschappen zaten. Ik liep niet helemaal lekker door twee beginnende blaren, veroorzaakt door mijn nieuwe sandalen. Dat had hij ongetwijfeld opgemerkt.

"Ik hoef geen assistentie van u. Ik hoef helemaal niets van u", deelde ik mee, maar daaraan had hij geen boodschap. "You have to listen to me sir", zei hij en pakte me bij de schouder. Ik schatte de afstand tot de reddende T-splitsing in, zo'n tweehonderd meter. Ik keek opzij en wat ik zag was weinig geruststellend: een man met een pluizig baardje die gejaagd om zich heenkeek of er getuigen waren. Die waren er niet. 

Toch nog onverwacht snel greep hij, zich vooroverbuigend, met verrassend veel spierkracht naar mijn rechterbroekzak, waar inderdaad alles inzat.

Woedend draaide ik me half om, mezelf daarbij helemaal oprichtend. Ik gaf er een flinke schreeuw bij, waarvan hij schrok. Waarschijnlijk deed het verschijnen van een meisje in schooluniform bij de T-splitsing de rest. Hij zei: "Sorry, sir" en maakte zich uit de voeten.

Accra is een veilige stad. Je moet er alleen niet gaan strompelen, want dan kan bij sommige aan lager wal geraakte zakenlieden het idee ontstaan dat er wat te halen valt.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten